top of page

De interieurbranche in de eerste helft van 2026: de groei die geen groei is

Nederland is dit jaar de positieve uitzondering van Europa. Terwijl de Franse meubelmarkt krimpt en Duitsland aan zijn derde verliesjaar op rij probeert te ontsnappen, laten Nederlandse woonwinkels plussen zien. Maar wie de cijfers van de eerste zes maanden naast elkaar legt, ziet een ander verhaal. De groei is dun, grotendeels nominaal en oneerlijk verdeeld. Onder de oppervlakte worden kwetsbare verdienmodellen zichtbaar en vielen enkele opvallend grote namen om.


In maart zetten we alle cijfers en feiten over de interieurbranche op een rij. Dit is het vervolg: de kritische balans van de eerste helft van 2026, en die trekken we breder dan de winkel alleen. We kijken naar de woonwinkels en merken, de woningmarkt, de architecten, de meubelindustrie en interieurbouwers, en de ontwerpers en stylisten. Lees mee en stel jezelf ondertussen de vraag: hoe ging het bij jou in de eerste helft van dit jaar?


Precies deze balans trekken we door op dinsdag 10 november, tijdens de Interieur Future Summit 2026 in Vianen. Daarover aan het einde meer.



Waar komen we vandaan: 2025 als dun herstel

2025 was het jaar waarin de branche uit het dal kroop. Vanaf april noteerden woonwinkels weer omzetgroei, oplopend van 2,7 procent naar 4,4 procent in oktober. In diezelfde maand kwam de economische barometer van de woonbranche voor het eerst sinds maart 2022 boven nul. De woningmarkt gaf de grootste duw: bijna 239.000 verkochte woningen, een record, met een gemiddelde prijs van 480.000 euro.


Toch was het herstel dunner dan het leek. ABN AMRO voorspelde voor meubelwinkels na volumedalingen van 2,7 procent in 2023 en 1,4 procent in 2024 ook voor 2025 nog een lichte krimp. De omzetgroei kwam dus vooral uit hogere prijzen, niet uit meer verkochte producten. Het consumentenvertrouwen verbeterde van -37 in mei naar -21 in november, maar bleef het hele jaar negatief. De branche begon 2026 dus goed, maar de basis onder dat herstel bleef wankel.


De eerste helft van 2026 in cijfers: van plus 6% naar min

De maandcijfers van het CBS voor winkels in meubels en woninginrichting vertellen het eerlijke verhaal.


Februari: +5,5 procent. Maart: +6,0 procent, de uitschieter van de hele detailhandel. April: +0,1 procent, feitelijk stilstand. Mei: +3,8 procent. Juni: -0,5 procent, van plus naar min in een jaar tijd.



Die junikrimp is erger dan hij lijkt. De consumentenprijzen stegen in juni met gemiddeld 2,9 procent. Een nominale min van 0,5 procent betekent dus dat er reëel ruim 3 procent minder over de toonbank ging. Ook de mooie voorjaarsplussen smelten grotendeels weg zodra je de inflatie eraf haalt.


De verklaring ligt bij de consument. Het vertrouwen maakte in het voorjaar een achtbaanrit: in april kelderde de index van -30 naar -44, de op een na grootste verslechtering ooit gemeten. Daarna volgde herstel naar -39 in juni, de grootste verbetering in elf jaar, en -35 in juli. Dat klinkt als goed nieuws, maar het blijft ver onder het twintigjarig gemiddelde van -11. En op de vraag die er voor onze branche echt toe doet, of het een gunstige tijd is voor grote aankopen, was het saldo in juni nog altijd -44. Precies daar hangen banken, keukens en complete interieurprojecten van af.



Ondertussen verschuift de omzet van kanaal. In juni groeide online met 7,5 procent, en multichannelers (winkels die fysiek en online verkopen) draaiden zelfs bijna 10 procent meer dan een jaar eerder, terwijl de fysieke meubelzaak kromp. De groei van de interieurbranche is geen breed feest. Het is een herverdeling.


Grote namen vallen om: wie kwamen in de problemen?

Een aantal opvallende faillissementen drukte een duidelijk stempel op de eerste helft van 2026. Een overzicht van de grootste klappen:


  • fonQ en Naduvi

De grootste dreun. Op 16 maart vroeg de fonQ Group uitstel van betaling aan, op 27 maart sprak de rechtbank het faillissement uit. Circa honderd medewerkers, en jarenlang dé online etalage van het middensegment. De overname van outletplatform Naduvi in 2024 bleek achteraf de molensteen: de integratie was complexer en duurder dan voorzien, terwijl het bedrijf al jaren zwaar verlieslatend was. In mei volgde een doorstart onder een nieuwe eigenaar, maar honderden interieurmerken bleven achter met openstaande facturen en een gat in hun digitale distributie.


  • HUUS

In april viel woonwinkelbedrijf HUUS (Bammbooo en Home Furniture) om, na een surseance medio april. De doorstart eind april leidde tot felle reacties van klanten die volledig vooruit hadden betaald en hun geld kwijt zijn. Het faillissement legde opnieuw het aanbetalingsrisico bloot dat in deze branche structureel is.


  • De maakindustrie

Eind maart vroeg de Oostenrijkse meubelfabrikant ADA Möbel, een belangrijke leverancier voor de Europese markt, faillissement aan met 30 miljoen euro schuld en 180 banen op de tocht. Eind juni volgde de Duitse zitmeubelfabrikant Himolla, met circa 850 banen aan de hoofdvestiging in onzekerheid. Dichter bij huis ging in februari pvc-producent Vynova Beek op Chemelot failliet, leverancier van grondstof voor onder meer vloeren, met bijna honderd medewerkers. Brouwers Meubelen stopte na 45 jaar. En in april viel onverwacht interieurbouwer Van Drie uit Bunschoten om.


  • De ketens

Het jaar begon met het getouwtrek rond de Homefashion Group, waarna Kwantum en Leen Bakker in februari werden overgenomen. Ook keukenspecialisten kwamen in de problemen: eind maart sprak de rechtbank het faillissement uit over K14 Groep uit Doetinchem, bekend van keuken- en kastrenovaties op basis van IKEA-systemen, en begin juni volgde Keuken Studio Schiedam.


Is dit meer dan vorig jaar? Landelijk juist niet: in de meeste maanden van de eerste helft van 2026 werden er minder bedrijven failliet verklaard dan een jaar eerder, en de faillissementsgraad daalt licht sinds eind 2024. Dat maakt het beeld in de woonbranche des te opvallender. Hier vallen niet meer bedrijven om, maar wel steeds grotere namen. In 2025 waren dat onder meer Rivièra Maison en Carpetright, nu fonQ, HUUS, ADA Möbel en Himolla. De trend is bovendien structureel: in vijftien jaar tijd verdwenen bijna 3.000 woonwinkels uit het straatbeeld.



Het patroon is onmiskenbaar. ING signaleerde het al: de winkels die het moeilijk hebben zitten in het middensegment. Niet goedkoop genoeg om op prijs te winnen, niet onderscheidend genoeg om op waarde te winnen. Die analyse werd dit halfjaar hardhandig bevestigd.


Woningmarkt: motor én rem tegelijk

De woningmarkt draaide op volle toeren en is de belangrijkste verklaring waarom Nederland het beter doet dan de buurlanden. In de eerste helft van 2026 wisselden 114.901 woningen van eigenaar, 5,5 procent meer dan een jaar eerder. De gemiddelde transactieprijs kwam in juni uit op 496.235 euro. In het tweede kwartaal werden bijna 57.000 bestaande woningen te koop gezet, het hoogste aantal sinds de NVM in 1995 begon met meten, en makelaars verkochten 45.200 woningen, bijna 30 procent meer dan in het eerste kwartaal.



Drie kritische kanttekeningen:

1: de prijsgroei halveert

Waar woningen in 2024 nog bijna 12 procent per jaar duurder werden, is dat tempo ruim gehalveerd naar zo'n 4 procent. Overwaarde als verbouwbudget groeit dus trager.


2: de mix verschuift naar klein en goedkoop

Starters kopen steeds vaker kleine woningen; in de vier grote steden steeg dat aandeel van 50 procent in 2021 naar 63 procent begin 2026. Meer transacties, maar minder vierkante meters en dus minder interieurbudget per verhuizing.


3: de nieuwbouw hapert

In het eerste kwartaal werden circa 5.600 nieuwbouwwoningen verkocht, ruim duizend minder dan een jaar eerder. Uitgerekend het segment waar complete keukens, badkamers en interieurs in één keer worden gekocht.


Ontwerpers, stylisten en interieurbouwers: vol orderboek, volle vijver

Voor de professionals is het beeld gemengd, maar per saldo beter dan voor de retail. De architecten draaien op het hoogste niveau in achttien jaar. Voor het eerst sinds 2008 steeg de gemiddelde werkvoorraad van architectenbureaus naar zes maanden, en 90 procent van de bureaus noemt de situatie bevredigend tot zeer goed. Vrijwel alle bureaus zijn actief in renovatie, transformatie en verduurzaming van bestaande gebouwen, en de helft verwacht dat dit belang verder toeneemt.



De projectenmarkt verschuift structureel van nieuwbouw naar bestaande bouw. Precies het terrein van de interieurprofessional. De rem: trage vergunningverlening en stagnatie bij ontwikkelaars, en het besef dat een orderboek een pijplijn is, geen omzet. Tussen ontwerp en oplevering zitten maanden tot jaren.


De interieurbouw en meubelindustrie voelt de dubbele druk. De interieurbranche, goed voor zo'n 5 miljard euro omzet, kwam uit een rampjaar: 2024 sloot af met 7 procent omzetdaling, waarbij het hogere segment zelfs meer dan 20 procent kromp. In 2025 volgde een voorzichtig herstel van de productie met 1,6 procent, maar de structurele problemen blijven: loonkosten en energiekosten die harder stijgen dan in omringende landen, concurrentie van value-for-moneyketens en fast furniture uit China die niet aan dezelfde duurzaamheidseisen hoeft te voldoen. De faillissementen van ADA Möbel en Himolla dit voorjaar laten zien dat die druk in heel Europa voelbaar is. Het goede nieuws: de volle orderboeken van architecten en de renovatiegolf zijn precies de markt waar interieurbouwers van leven. Wie de komende twee jaar overleeft, vist straks in een vollere vijver.


De ontwerpers en stylisten worden ondertussen met steeds meer. Nederland telt ruim 11.000 bedrijven met interieur- en ruimtelijk ontwerp als hoofdactiviteit, een verdubbeling in tien jaar, plus zo'n 1.240 geregistreerde interieurarchitecten. Na een jaar waarin landelijk 19 procent meer zzp'ers stopten en 13 procent minder startten, trok het ondernemersklimaat in het tweede kwartaal van 2026 weer aan: meer starters, minder stoppers, minder faillissementen. Kritisch bekeken betekent dat vooral één ding: de concurrentie om dezelfde opdrachten groeit harder dan de markt zelf. In een vak zonder beschermde titel wint niet wie het mooiste tekent, maar wie zichtbaar is, zakelijk scherp opereert en toegevoegde waarde kan aantonen.



Tegelijk verschuift de macht in de branche juist naar deze groep. Dat bleek dit voorjaar uit ons commissie onderzoek onder 614 interieurprofessionals en leveranciers. Steeds vaker bepaalt niet de consument maar de ontwerper welk merk de bank wordt, welke vloer er komt en welke verlichting het project afmaakt. De gemiddelde interieurontwerper is verantwoordelijk voor aankopen die veertig keer hoger liggen dan wat een consument zelfstandig uitgeeft. En die ontwerper stemt met de voeten: 43 procent stapt direct over naar een andere leverancier als er geen commissieafspraak mogelijk is, waarbij 10 tot 20 procent commissie inmiddels de norm is.


Voor merken en woonwinkels is de les hard maar helder: wie niet op het netvlies staat van de ontwerpers in de regio, mist geen klant maar een stroom van klanten. In een markt waar de consument voorzichtig is, wordt de ontwerper het belangrijkste verkoopkanaal.


Werk in de interieurbranche: banen weg, vakmensen gezocht

De faillissementen van dit jaar raakten honderden arbeidsplaatsen, maar het exacte banenverlies is niet vast te stellen. Bij HUUS kregen 31 van de 78 medewerkers een plek in de doorstart. Bij Vynova Beek verloren 83 medewerkers hun baan, al wordt gewerkt aan een mogelijke herstart. Bij fonQ werkten ongeveer honderd mensen. Etrias nam bij de doorstart een deel van het personeel over, maar maakte niet bekend hoeveel.


Tegelijkertijd lag het totale aantal faillissementen in de detailhandel lager dan vorig jaar. Van januari tot en met juli 2026 werden 145 faillissementen uitgesproken, tegenover 178 in dezelfde periode van 2025. Dat is een daling van ongeveer 19 procent. Het gaat bovendien om de volledige detailhandel, niet alleen om de interieurbranche.



Het grootste personeelsprobleem blijft dan ook schaarste. Uit de meest recente ledenpeiling van INretail blijkt dat 70 procent van de retailondernemers moeite heeft de personeelsbezetting rond te krijgen. Bij 56 procent staat minimaal één vacature open. Vooral opgeleide keukenmonteurs, woningstoffeerders, parketleggers en interieurbouwers zijn moeilijk te vinden.


Ook de bredere arbeidsmarkt blijft krap. Van de 93 beroepsgroepen die UWV volgt, waren er begin 2026 nog 87 krap of zeer krap. Dat is een landelijk cijfer en geen specifiek cijfer voor de interieurbranche.


Voor de meubelindustrie en interieurbouw ligt inmiddels een nieuw cao-onderhandelingsresultaat. Als de leden instemmen, stijgen de lonen structureel met gemiddeld 5,1 procent over negentien maanden. Ook bevat het akkoord een diplomabeloning en een bonus voor jonge vakmensen die na hun opleiding bij hun werkgever blijven. De stemming loopt tot en met 31 augustus 2026.


De tegenstelling zit daarmee niet simpelweg tussen banenverlies en banengroei. Bij failliete retailers verdwijnen vooral functies in verkoop, e-commerce, logistiek en ondersteuning, terwijl het grootste tekort zit bij ambachtelijke en technisch geschoolde vakmensen.


Wat deze verschuiving betekent voor werknemers, werkgevers en zelfstandigen lees je in onze volledige arbeidsmarktanalyse op Interieur Carrière.


Over de grens: waarom Nederland de uitzondering is

Frankrijk. De Franse meubelmarkt kromp in juni met 0,8 procent en over de eerste helft van 2026 met 2,6 procent. Zonder de relatief sterke segmenten keukens en beddengoed lag de markt zelfs 4,1 procent lager. Het Institut de la Maison ziet weinig tekenen van herstel in de tweede jaarhelft: een zwakke woningmarkt, weinig kooplust en nieuwe zorgen over brandstofprijzen blijven de vraag drukken.


Duitsland. De Duitse meubelindustrie noteerde in 2025 het derde verliesjaar op rij, met een binnenlandse krimp van 4,4 procent. Een derde van de bedrijven overwoog begin dit jaar werktijdverkorting. Voor 2026 rekent de sector hooguit op stabilisatie, met mogelijk lichte groei in de tweede jaarhelft.


België. Ook bij onze zuiderburen is het beeld somber. Het productievolume van de Belgische meubelindustrie daalde in 2025 met 2,4 procent, zo meldde Fedustria dit voorjaar, en de sector kampt al jaren met hoge loon- en energiekosten die de concurrentiepositie aantasten. Breder ging het in 2026 hard: België telde in de eerste jaarhelft een record van 6.267 bedrijfsfaillissementen, 4 procent meer dan een jaar eerder en het hoogste aantal ooit in een eerste halfjaar. Vooral kleinere ondernemingen bezweken onder stijgende kosten en een zwakke vraag.


Waarom doet Nederland het beter? Niet omdat de Nederlandse consument vrolijker is; het vertrouwen staat hier op -35. Het verschil zit in twee motoren die bij ons wel draaien: een recordaantal woningtransacties en stijgende reële lonen. ING verwacht mede daardoor 4,5 procent groei voor de Nederlandse retail in 2026. Maar dat is een conjunctureel voordeel, geen structureel sterker verdienmodel. Zodra de woningmarkt afkoelt, lijkt Nederland meer op zijn buren dan de branche wil toegeven.


Vooruitblik op de interieurbranche: tweede helft 2026

Wat pleit voor herstel: het consumentenvertrouwen verbetert twee maanden op rij en de koopbereidheid stijgt. Het recordaanbod aan woningen voedt transacties, en verhuizingen vertalen zich met drie tot negen maanden vertraging in interieuraankopen. De volle orderboeken van architecten wijzen op een aantrekkende projectenmarkt richting 2027.


Wat tegenzit: de economie groeide in het eerste kwartaal met slechts 0,1 procent en het economisch beeld verslechterde door oplopende inflatie en energieprijzen. De vergelijkingsbasis wordt zwaarder, want de tweede helft van 2025 was al sterk; dezelfde omzet levert straks vlakke groeicijfers op. Juni liet zien hoe snel een plus omslaat in een min. En de sanering is niet klaar: de druk op het middensegment en het aanbetalingsrisico bij keukens en maatwerk blijven.



De conclusie: 2026 wordt geen groeijaar maar een schiftingsjaar. De totale markt groeit op papier iets, gecorrigeerd voor inflatie nauwelijks, en de omzet verschuift richting online, multichannel, het premiumsegment en de projectenmarkt. Wie in het midden zit zonder duidelijke propositie, wordt weggedrukt. Wie scherp positioneert, digitaal zichtbaar is en de renovatiegolf weet te pakken, heeft juist nu de wind mee.


Daar ligt nog een concrete kans die weinig merken nu pakken: compact wonen. De woningmarkt verschuift naar kleinere woningen, en dat vraagt om een ander aanbod. Denk aan multifunctionele en modulaire meubels, slimme opbergoplossingen, maatwerk voor kleine ruimtes en collecties met een lagere instapprijs voor starters. Voor ontwerpers en stylisten geldt hetzelfde: wie zich specialiseert in het slim inrichten van weinig vierkante meters, bedient precies de groep kopers die nu het hardst groeit. En voor merken geldt daarbovenop: investeer in de relatie met de zelfstandige ontwerper, want die bepaalt steeds vaker wat er in projecten wordt gekocht.


Praat mee op de Interieur Future Summit 2026

Deze cijfers zijn precies waar we op dinsdag 10 november over doorpraten tijdens de Interieur Future Summit 2026 in Vianen. Eén dag lang de toekomst van de interieurbranche: de markt, de verdienmodellen, AI en de kansen voor ontwerpers, merken en makers. De eerste editie in 2025 was met 160 professionals volledig uitverkocht.



Werk je in de interieurbranche, dan moet je hier zijn!



Bronnen: CBS (detailhandel, consumentenvertrouwen, prijsindex koopwoningen), Kadaster, NVM, BNA Conjunctuurmeting voorjaar 2026, Koninklijke CBM, KVK, ING, ABN AMRO, IPEA/Institut de la Maison via Wonen360, Verband der Deutschen Möbelindustrie, Fedustria, GraydonCreditsafe.

bottom of page