De interieurbranche reageert: wat het commissie onderzoek echt losmaakte
- Marleen | Interieur Nieuws

- 4 uur geleden
- 7 minuten om te lezen
Twee weken geleden publiceerden wij de resultaten van het commissie onderzoek 2026 voor de interieurbranche. In dit artikel een terugblik en een blik vooruit op samenwerking.
Het commissie onderzoek van De Interieur Club raakte een zenuw. 614 interieurprofessionals en leveranciers vulden de vragenlijst in, het artikel werd breed gedeeld en de reacties kwamen van alle kanten. Van ontwerpers, van leveranciers en opvallend vaak: van woonwinkels. Dat is veelzeggend. Want juist die groep voelt de verandering het sterkst.

De interieurbranche reageert: wat het commissieonderzoek echt losmaakte
De interieurbranche is veranderd, de verhoudingen ook
De interieurontwerper is de afgelopen jaren uitgegroeid tot voorschrijver. Onder de KVK-categorie interieur- en ruimtelijk ontwerp stonden in het vierde kwartaal van 2025 precies 11.565 bedrijven ingeschreven. In 2013 waren dat er nog circa 5.970: een verdubbeling in twaalf jaar. Die groei is geen toeval. Klanten zoeken begeleiding, willen ontzorgd worden en vertrouwen op de expertise van een interieurprofessional die de markt kent.
Die groei heeft een keerzijde voor de traditionele woonwinkel. Nederland telde op het hoogtepunt in 2010 nog 11.489 woonwinkelvestigingen. Op 1 januari 2025 waren dat er nog 8.567: een verdwijning van bijna 3.000 winkels in vijftien jaar. De macht in de interieurbranche verschuift, en het commissievraagstuk staat precies in het hart van die verschuiving.
Ook blijkt uit (lees artikel: is de woonwinkel dood?) dat de gemiddelde interieurontwerper verantwoordelijk is voor aankopen die 40 keer hoger liggen dan wat een consument zelfstandig besteedt. Wie de ontwerper overtuigt, bereikt de eindklant. Wie de ontwerper negeert, concurreert op de resterende markt die het zelf uitzoekt.
10-20% commissie is inmiddels de norm. Leveranciers bevestigen dat zelf: zowel aan de vraag- als aan de aanbodkant komt dat percentage als meest gangbaar uit het onderzoek. De discussie gaat dus niet meer over de hoogte van de commissie. Die discussie gaat over iets anders.

De ontwerper levert een lead aan. Dat heeft waarde.
Een punt dat in veel reacties terugkomt maar zelden zo direct wordt benoemd: de interieurontwerper brengt een klant mee. Dat is geen vanzelfsprekendheid, dat is een gekwalificeerde lead. De klant komt niet via Google, niet via een advertentie en niet via een toevallig winkelbezoek. Die klant komt omdat een interieurprofessional heeft gezegd: ga daar naartoe, kijk daar naar, dat past bij jouw woning en bij jouw budget.
Voor een leverancier of woonwinkel is dat een enorm verschil. Een klant die via een ontwerper binnenkomt, is al geïnformeerd, al gemotiveerd en vaak al bijna besloten. De conversie is hoger, het aankoopbedrag ook. Dat de ontwerper daarvoor beloond wordt, is niet meer dan logisch. In vrijwel elke andere branche is dat de standaard: een makelaar, een verzekeringsadviseur, een accountant worden allemaal beloond voor het aanbrengen van een klant. De interieurbranche is in dat opzicht aan het inhalen wat al lang de norm had kunnen zijn.
Reactie vanuit de leverancier: het gaat niet om het percentage
Veel inhoudelijke reacties kwamen vanuit de leverancierskant. De kern: de weerstand tegen commissie zit niet in het principe, maar in de constructie eromheen.
"Leveranciers haken niet af op commissie, ze haken af op slechte afspraken. De constructie klopt meestal niet. Daar zit de weerstand, niet in het principe."
Deze leverancier onderscheidt twee routes. Via een project dealer is het simpel: de leverancier levert, geeft korting en klaar. Maar bij directe samenwerking met een ontwerper spelen drie pijlers tegelijk: de marge van de leverancier, de korting aan de klant en de commissie van de ontwerper. Die drie moeten met elkaar in balans zijn, en die balans bewaken is de verantwoordelijkheid van de ontwerper.
"Commissie is niet het doel, het is één van de drie variabelen. De waarde zit in het bewaken van de balans daartussen."
Wordt er eerst korting bedongen en daarna ook commissie gevraagd, of schuift de administratie richting de leverancier, dan loopt de constructie aan beide kanten leeg. De conclusie is helder: commissie is geen marge zonder risico. Het is een rol met verantwoordelijkheden. Wie dat niet overziet, ondermijnt de samenwerking voordat die goed op gang is gekomen.

Reacties vanuit de woonwinkel: erkenning én frustratie
Opvallend aan de reacties op het onderzoek is dat een groot deel afkomstig was van leveranciers en woonwinkels. Juist die groep voelde zich aangesproken, herkende de cijfers en wilde reageren. Dat zegt iets over hoe actueel dit onderwerp is aan de aanbodkant van de interieurbranche. De toon verschilde, maar het thema was steeds hetzelfde: wie doet wat, en wie verdient waarop?
Aan de ene kant klinkt erkenning. Alle serieuze ontwerpers vragen commissie of korting en dat is terecht, zo schrijft een leverancier. De uurtarieven van designers worden zwaar onderhandeld, projecten lopen uit en die marge is in de meeste gevallen nodig om gezonde omzet te behalen.
Aan de andere kant is er frustratie. Woonwinkels investeren in showrooms, collecties, huur en personeel. Ze geven advies, laten klanten proef zitten en begeleiden hen door het keuzeproces. Als een ontwerper vervolgens commissie vraagt voor een klant die grotendeels door de winkel zelf is bediend, voelt dat scheef.
"Ik geef graag korting als de ontwerper mij het advieswerk uit handen neemt. Maar het is mij al vaker overkomen dat een ontwerper opdook met een verzoek om commissie omdat hij de klant naar mij toe had gestuurd, terwijl ik alle begeleiding had gedaan."
Een andere woonwinkel reageert op het verwijt van bekrompenheid: "Iedereen mag verdienen, maar wij als detailhandel willen ook graag wat overhouden nadat de huur en vaste lasten er af zijn gegaan. Er wordt in de winkel ook advies gevraagd en gegeven. Uitgeknepen worden zou ik niet bekrompen willen noemen."
Toch klinkt er ook ruimte voor samenwerking. "Een serieuze ontwerper die terugkerende omzet genereert voor een winkel is in the end een win/win. Het is maar net hoe je het bekijkt."
De principiële stem
Niet iedereen is voor commissie. Een ontwerper schrijft: "Verdien het met een goed uurtarief. Ik ben principieel tegen commissie. Het zou mijn advies kunnen beïnvloeden."
Dat standpunt leeft en het raakt aan iets essentieels: onafhankelijkheid en transparantie naar de klant. Want meerdere reacties stellen dezelfde vraag. Als een klant al betaalt voor advies, is het dan eerlijk om ook nog commissie te ontvangen zonder dat de klant dat weet? Een reactie verwoordt dat zo: "Als er door de klant al fors wordt betaald voor het advies, zou het toch eerlijker zijn de mogelijke korting aan de klant te geven?"
Wat lever je eigenlijk als interieurprofessional aan de leverancier?
Een vraag die in de reacties minder expliciet wordt gesteld maar er wel onder ligt: wat brengt de interieurprofessional eigenlijk mee naar de tafel? En hoe zit de commissie structureel in de prijs? Dat verschilt sterk per type samenwerking en per productcategorie.
Bij een meubelbouwer of interieurbouwer ligt de waarde van de ontwerper in het creatieve en inhoudelijke advies. De ontwerper ontwerpt, selecteert en begeleidt de klant. De uitvoering ligt volledig bij de meubelbouwer. In dat model is de commissie een logische vergoeding voor de rol van de ontwerper als intermediair. Veel meubelbouwers zoeken juist die samenwerking op, omdat de ontwerper hen vrijwaart van het adviestraject. Omdat prijzen bij een interieurbouwer niet openbaar zijn en per project worden vastgesteld, is er ook ruimte om commissie in de prijs te verwerken zonder dat de klant dat direct kan vergelijken. De ontwerper kan er in dat geval ook voor kiezen een deel van de commissie terug te geven aan de klant als korting op het project.
Bij producten met transparante prijzen werkt dat anders. Een stoel van een bekend merk, een bank uit een showroom of een lamp met een vaste adviesprijs: de klant kan die prijzen opzoeken en vergelijken. Als de commissie daar bovenop komt als opslag, betaalt de klant meer dan de normale prijs. Dat is een ander gesprek dan commissie die ingebouwd zit in de marge van de leverancier. Bij woonwinkels en merken met een openbare prijslijst is de ruimte voor verborgen commissie kleiner, wat de transparantiediscussie alleen maar relevanter maakt.
Dan zijn er de B2B-producten: merken en leveranciers die uitsluitend aan de handel leveren en geen openbare consumentenprijzen hanteren. Daar is de prijsstelling van nature minder transparant en is de commissiestructuur makkelijker te integreren zonder dat de eindklant een vergelijkingsbasis heeft. Dat geeft de ontwerper meer speelruimte, maar ook meer verantwoordelijkheid om eerlijk te zijn over wat de klant betaalt.
De kern is dat commissie geen uniforme constructie is. De structuur hangt af van het product, de leverancier en de mate van prijstransparantie in dat segment. Wie één model op alle situaties toepast, loopt vroeg of laat tegen de grenzen aan.
De woonwinkel heeft meer te verliezen dan ze denkt
Er is nog een laag die de reacties blootleggen en die de moeite waard is om hardop te zeggen.
De ontwerper die geen commissieafspraak kan maken met een woonwinkel, zoekt een alternatief. Dat blijkt ook uit het onderzoek: 43,28% van de professionals stapt direct over naar een andere leverancier als er geen afspraak mogelijk is. De woonwinkel die dat gesprek niet wil voeren, denkt misschien de marges te beschermen. Maar wat ze in werkelijkheid doet, is de ontwerper wegsturen naar een concurrent die wél bereid is samen te werken.
En dat gebeurt al. De interieurontwerper bepaalt in projecten welk merk de bank wordt, welke vloer er komt, welke verlichting het project afmaakt. Niet de consument. Een woonwinkel die niet op het netvlies staat van de ontwerpers in haar regio, mist niet één klant. Die mist een stroom van klanten.
De woonwinkels die verdwijnen, zitten vast in het midden: te groot voor persoonlijk advies, te klein voor beleving, te duur voor prijsvergelijking en te vaag voor merkonderscheid. De winkels die groeien, kiezen voor de interieurprofessional als klant en partner.
De vraag is dus niet of een woonwinkel commissie wil geven. De vraag is of ze zich kan veroorloven om het niet te doen.
Vooruitblik: het gesprek is begonnen
De reacties wijzen allemaal in dezelfde richting, ook al lijken de standpunten soms tegengesteld. Iedereen wil duidelijkheid. Afspraken vooraf. Wederzijdse erkenning van elkaars rol en bijdrage.
De ontwerper als voorschrijver is een realiteit. De woonwinkel als showroom, kennisbron en adviespartner is dat ook. Die twee rollen hoeven elkaar niet uit te sluiten, maar vragen wel om een gesprek dat eerlijk en open wordt gevoerd, liefst voordat de klant binnenstapt.
Het commissievraagstuk is uiteindelijk geen prijsdiscussie. Het is een gesprek over samenwerking, vertrouwen en de vraag wie welke waarde toevoegt in een keten die steeds transparanter moet worden.
Wil jij als professional of leverancier je perspectief delen? Stuur ons een bericht via contact@deinterieurclub.com










