ZZP in de interieurbranche: dit moet je nu weten over de nieuwe regels
- Marleen | Interieur Nieuws

- 4 uur geleden
- 4 minuten om te lezen
De overheid trekt de teugels aan rond schijnzelfstandigheid, de verplichte AOV schuift door naar 2030 en meer dan de helft van alle zzp'ers maakt zich zorgen. Wat betekent dit voor jou als interieurontwerper, stylist of zelfstandig architect? Een overzicht van de actuele stand van zaken voor de ZZP'er.
De handhaving is terug (en blijft)
Sinds 2025 handhaaft de Belastingdienst weer actief op schijnzelfstandigheid via de Wet DBA. In 2026 gebeurt dat met een zogenaamde zachte landing: de fiscus begint in principe met een bedrijfsbezoek en een waarschuwing, niet meteen met een boekenonderzoek. Verzuimboetes worden dit jaar niet opgelegd.
Maar laat je daar niet door in slaap sussen. Naheffingen loonbelasting zijn nog steeds mogelijk, met terugwerkende kracht tot 1 januari 2025. En bij bewuste nalatigheid kunnen er vergrijpboetes volgen. De richting is helder: dit is geen tijdelijke maatregel, maar de nieuwe realiteit.

Wat betekent dit concreet voor de ZZP in de interieurbranche?
De interieurwereld kent veel zzp'ers. Ontwerpers, stylisten, projectmanagers, visualisatiespecialisten: velen werken als zelfstandige voor wisselende opdrachtgevers. En precies daar zit de kern van de toets. De Belastingdienst kijkt naar drie criteria:
Heb je eigen regie over hoe je het werk uitvoert?
Ben je organisatorisch ingebed bij de opdrachtgever, of werk je zelfstandig?
Loop je echt ondernemersrisico?
Werk je structureel voor een studio, zit je daar op kantoor, gebruik je hun systemen en heb je nauwelijks andere opdrachtgevers? Dan kan de Belastingdienst concluderen dat er feitelijk sprake is van een dienstverband. Met alle gevolgen van dien: verlies van ondernemersaftrek, mkb-winstvrijstelling en mogelijk een naheffing loonbelasting voor je opdrachtgever.
Nieuwe wetgeving op komst
Minister Aartsen presenteerde in april 2026 een Kamerbrief met een nieuwe zzp-koers. De kern: meer duidelijkheid voor echte ondernemers, strengere aanpak van schijnzelfstandigheid. Twee ontwikkelingen om in de gaten te houden:
De Zelfstandigenwet Deze wet moet vooraf helder maken wanneer je als zzp'er kunt werken. Niet alleen per opdracht, maar op basis van je ondernemerschap als geheel. Denk aan: meerdere opdrachtgevers, eigen acquisitie, financieel risico. De minister streeft naar invoering op 1 januari 2028, maar de verdere uitwerking wordt nog in 2026 verwacht.
Rechtsvermoeden bij laag uurtarief Werk je voor minder dan 38 euro per uur? Dan kun je straks een beroep doen op een rechtsvermoeden van werknemerschap. De verwachting is dat deze regeling eind 2026 wordt ingevoerd met werking vanaf 2027. Voor de meeste interieurontwerpers zal dit niet direct spelen (het gemiddelde zzp-uurtarief ligt op 83 euro in 2026), maar voor startende stylisten of junior projectondersteuners kan dit relevant worden.
De verplichte AOV schuift door naar 2030
Parallel aan de zzp-wetgeving speelt er nog iets groots: de verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering. Het wetsvoorstel voor de Basisverzekering Arbeidsongeschiktheid Zelfstandigen (BAZ) ligt er, maar moet nog door de Tweede en Eerste Kamer. De verwachte invoering is rond 2030.
Wat je nu al moet weten over het voorstel:
De premie bedraagt circa 171 euro per maand en loopt via de Belastingdienst. Bij arbeidsongeschiktheid keert het UWV uit: 70% van je belastbare winst, met een maximum op het niveau van het minimumloon. Belangrijk detail: de wachttijd is twee jaar. Twee jaar waarin je zelf je inkomen moet zien te dekken.
Heb je al een eigen AOV voordat de wet ingaat? Dan kun je waarschijnlijk gebruikmaken van een overgangsregeling en je huidige verzekering behouden, mits die aan de voorwaarden voldoet. Ook daarna blijft er een opt-out mogelijk, maar alleen op vaste momenten in het jaar.

Waarom je nu al moet handelen
Het is verleidelijk om af te wachten. De AOV is pas in 2030 verplicht, de Zelfstandigenwet komt in 2028, de zachte landing loopt nog. Maar dat is precies de valkuil. Arbeidsongeschiktheid kan je morgen raken. En hoe langer je wacht met het afsluiten van een verzekering, hoe duurder het vaak wordt.
Bovendien: uit recent onderzoek onder ruim 20.000 zzp'ers blijkt dat 52% zich zorgen maakt over de huidige regelgeving. Dat is bijna een verdubbeling ten opzichte van vorig jaar. Die onzekerheid werkt door naar opdrachtgevers, die in sommige sectoren voorzichtiger zijn geworden met het inhuren van zelfstandigen.
Vijf actiepunten voor interieur-zzp'ers
Check je positie. Werk je met meerdere opdrachtgevers? Heb je eigen regie? Draag je ondernemersrisico? Hoe meer je met ja kunt beantwoorden, hoe sterker je staat.
Ga het gesprek aan met opdrachtgevers. Bespreek hoe jullie samenwerking eruitziet. Niet om te formaliseren wat goed werkt, maar om bewust te zijn van de kaders.
Bekijk je arbeidsongeschiktheidsdekking. Heb je een AOV? Heb je spaargeld voor die eerste twee jaar wachttijd? Vergelijk wat er op de markt is en vraag desnoods advies.
Houd je uurtarief tegen het licht. De indicatieve grens van 38 euro per uur is een signaal. Werk je daaronder, dan wordt je positie als zelfstandige lastiger te verdedigen.
Blijf op de hoogte. De wetgeving beweegt snel. Volg de ontwikkelingen via De Interieur Club, zodat je niet voor verrassingen komt te staan.
De kern
De boodschap is dubbel. Enerzijds komt er meer duidelijkheid: de overheid wil niet langer alleen wijzen op risico's, maar ook laten zien hoe zelfstandig werken wel kan. Anderzijds worden zaken die eerst vrijblijvend waren (een vangnet bij ziekte, een helder onderscheid met loondienst) steeds meer onderdeel van wat bij professioneel ondernemerschap hoort.
Voor de interieurbranche, waar zelfstandig werken de norm is, is dat geen bedreiging maar een uitnodiging. Om je zaakjes op orde te hebben. Om bewust te ondernemen. En om jezelf te beschermen tegen de risico's die bij dat ondernemerschap horen.
Bronnen: Knab Bieb, Kamerbrief minister Aartsen (april 2026)










